Enkele grepen uit uit het leven van Franciscus
Franciscus werd geboren in Assisië, in de streek Umbrië in
1181 or 1182. Zijn moeder heette Vrouw Pica. Zijn vader, Pietro Bernardone,
was rijk, een handelaar in kostbare stoffen. Samen gingen ze naar Zuid-Frankrijk om
stoffen in te kopen en de laatste mode in te slaan. Franciscus zou eigenlijk
zijn zaak voortzetten. Hij had ook visioenen om troubadour te worden, of
ridder: die hadden aanzien en zij waren in maatschappelijk opzicht veel meer waard.
In 1201 nam Fraciscus deel aan een buuroorlog tegen Perugia. Hij werd gevangen genomen
en verbleef een jaar in een kerker. Hij werd depressief en lichamelijk
ziek. Hij begon meer dan ooit na te denken over zijn leven. De godsdienst
en vooral God begonnen belangrijk voor hem te worden. Rond 1205 was hij
betrokken bij een nieuwe militaire expeditie, nu tegen Apulië. Toen
kreeg hij in een droom de boodschap dat God hem riep. Hij keerde terug
naar Assisië en begon zieken te verplegen.
Een jaar later, in 1206, kreeg hij het beslissende visioen:
Jezus riep hem om zijn kerk te repareren. Franciscus dacht eerst
dat het zijn opdracht was het oude kerkje van San Damiano, bij Assisi,
te repareren. Hij begon meteen en trok zich terug om niets anders meer te doen.
Zijn vader was woedend en gooide hem in de
gevangenis. Hij bracht hem voor de bisschop als een soort ontspoorde. Franciscus
deed afstand van al zijn rechten en bezittingen, en als teken daarvan deed
hij al zijn kleren uit en gaf ze theatraal aan zijn vader terug. Twee jaar
was zijn roeping: niet het kerkje repareren, maar De Kerk. Hij begon te
preken. Hij deed dat zo aanstekelijk dat hij al spoedig makkers kreeg.
Toen het er elf waren - het aantal van de apostelen behalve Judas -, gaf
hij ze een korte regel; hij kreeg zelfs goedkeuring van de paus van Rome,
Innocentius III. Franciscus noemde zijn groep: de Mindere Broeders.

De broeders keerden naar Assisië terug en vestigden zich in een onooglijk
hutje bij Portiuncola. Ze trokken heel centraal Italië door. Ze werkten
overal als los werkman en preekten intussen en riepen de mensen op om
zich tot God te bekeren. Franciscus benadrukte in zijn leven en in
zijn preken de eenvoud en armoede. Hij riep iedereen op om eerder op God
te vertrouwen dan op goederen. De broeders werkten en bedelden. Wat
ze overhielden boven het absoluut noodzakelijke, gaven ze weg aan wie armer
was dan zij zelf.
In 1212 verliet Clara Sciffi haar huis en haar familie. Zij was een vrouw
uit een machtige adellijke familie in Assisië. Zij deed afstand vcan haar adellijke stand,
terwijl Franciscus aanvankelijk juist de adel als zijn ideaal had beschouwd.
Op haar vrouwelijk manier, gestimuleerd door Franciscus, die zij als haar
geestelijke vader beschouwde, begon zij een zusterschap in San Damiano,
het oude kerkje dat Franciscus eerder had gerepareerd. Zij werden De Vrouwen genoemd,
later de Arme Vrouwen en nog later de Arme Clarissen.
In 1219 trok Franciscus mee met de Kruisvaarders. Hij had daar zelfs als
man van vrede contact met de Sultan van Egypte.
Franciscus wilde geen 'orde' oprichten, maar zoals
dat gaat waar veel mensen bij elkaar leven: er kwam een organisatie met
een structuur. Toen er veel volgelingen kwamen, die aangetrokken waren
door zijn charisma en zijn boodschap, moest Franciscus de leiding delegeren.
Hij was geen bestuurder. Daar was hij veel te chaotisch voor. Hij schreef
wel een Regel, zelfs verschillende, maar dat waren meer evangelieteksten
dan echte regels. De nieuwe leiders konden dat beter. Hij moest zijn Orde
in andere handen overgeven. Dat deed hem pijn. Hij trok zich terug in de
bergen, alleen. Daar ontving hij de zogenaamde Stigmata: de wonden
van Jezus in zijn lichaam, in zijn handen en voeten en in zijn zijde. Hij
keerde terug naar de Broeders en naar Clara en haar zusters. Een paar getrouwe
broeders bleven bij hem. Hij werd ziek. Hij schreef zijn
Zonnelied
en op 3 oktober 1226 stierf hij.
Franciscus riep op tot eenvoud, armoede en minder zijn, klein voor
God, en daardoor met eerbied voor alle leven. Hij heeft gewerkt voor de
armen, en een van zijn eerste daden was de zorg voor de melaatsen, de leprozen.
Duizenden mensen, toen en nu, zijn in hun hart geraakt door zijn eenvoud.
En nog steeds...
Zijn feestdag is: 4 oktober, beter bekend als Dierendag, omdat hij
zo veel liefde had voor Gods schepping, voor de mensen en voor de dieren.
In de kunst is hij uitgebeeld door vele kunstenaars.
Zie Franciscus in de kunst.
